Bergaf rijden zonder gloeiende remmen: dit is de truc

Van motorrem tot regeneratief remmen: zo voorkom je oververhitte remmen op een bergpas, ongeacht welke auto je hebt.

by Odiel Mennink
Veilig bergaf rijden

Deze zomer ging het goed mis voor een Nederlands gezin in Oostenrijk. Tijdens de afdaling van een bergpas kregen ze remproblemen, raakten ze de macht over het stuur kwijt en belandden ze ondersteboven in het bos. Het ongeluk laat precies zien hoe snel het misgaat wanneer je remmen het bergaf begeven.

Veel automobilisten weten niet dat hun auto een ingebouwde oplossing heeft die dit soort ongelukken kan voorkomen. Of je nu handgeschakeld rijdt, in een automaat rijdt of elektrisch onderweg bent. Tijd om dat uit te leggen, want dit is precies het soort kennis (én vaardigheid) waarvan je hoopt dat je het nooit nodig hebt, maar die op de dag dat het wél zover is het verschil maakt.

Waarom je remmen het opeens laten afweten

Het rempedaal indrukken lijkt de meest logische manier om vaart te minderen. Bergaf werkt dat anders. Op een lange afdaling rem je voortdurend af tegen de zwaartekracht in, en dat kost enorm veel energie. Die energie wordt omgezet in warmte in je remschijven en remblokken. Blijf je continu op de rem staan, ook wel ‘slepend remmen’ of ‘poetsen’ genoemd, dan lopen die onderdelen zo heet dat de remmen letterlijk hun grip verliezen. Remvermogen valt dan gedeeltelijk of zelfs helemaal weg, en dat kan precies op het verkeerde moment gebeuren: in een bocht, met te veel snelheid.

De oplossing: laat niet je remmen het zware werk doen, maar je motor.

Onderhoud: check je remvloeistof vóór je vertrekt

Naast oververhitte remschijven speelt er nog iets dat weinig automobilisten weten: remvloeistof neemt voortdurend vocht op, ook in een gesloten systeem. Dat vocht verlaagt het kookpunt van de vloeistof. Op een gewone rit merk je daar niets van, maar bij langdurig en stevig remmen op een afdaling kan verouderde vloeistof met te veel vocht erin gaan koken. Er ontstaan dan dampbellen in het remcircuit, vapour lock genoemd, en omdat damp wél samendrukbaar is en vloeistof niet, voelt het rempedaal opeens sponzig aan of zakt het helemaal door. Los van wat er met je remschijven gebeurt, geeft het pedaal dan niet meer de remkracht die je verwacht.

De oplossing is simpel: laat je remvloeistof op tijd verversen, doorgaans elke twee tot drie jaar (check het onderhoudsschema van je auto), en zeker voordat je een lange bergvakantie in gaat.

Motorrem met een handgeschakelde auto

Bij een handgeschakelde auto is het principe redelijk bekend: schakel terug naar een lagere versnelling voordat je aan de afdaling begint. Vuistregel van de ANWB: rijd bergaf in dezelfde versnelling als waarin je omhoog zou rijden. Haal je je voet van het gas, dan moet de auto vanzelf vaart minderen. Ga je nog steeds te hard, schakel dan nog een tandje lager.

Wat je hierbij nooit moet doen: de koppeling (deels) intrappen om net iets harder te kunnen rijden terwijl je op de motor afremt. Dat is niet alleen gevaarlijk, je kunt er ook flinke schade mee toebrengen aan je auto.

Motorrem met een automaat: dit weet niet iedereen

Hier wordt het pas echt interessant, want veel automaatrijders denken dat ze alleen kunnen ‘flipperen’ (dus handmatig schakelen) als hun auto daar speciaal voor is uitgerust, of weten simpelweg niet dat hun automaat ook handmatig kan terugschakelen. Toch kan vrijwel elke automaat dit.

Zet je automaat in de handmatige stand (vaak aangeduid met een M, of een +/- schakelpatroon) en schakel net als bij een handgeschakelde auto terug naar een lage versnelling vóórdat je aan de afdaling begint. Heeft je auto geen handmatige stand, maar wel de cijfers 1, 2 of 3 op de versnellingspook? Gebruik die: hoe lager het cijfer, hoe sterker de motor afremt. Sommige automaten hebben ook een aparte B-stand (Brake), speciaal bedoeld om op de motor af te remmen tijdens afdalingen.

Het resultaat is hetzelfde als bij een handgeschakelde auto: de motor houdt je snelheid in bedwang, en je rempedaal hoeft alleen nog bij te remmen in plaats van al het werk te doen.

Waarom cruise control bergaf een slecht idee is

Bij een brandstofauto lijkt cruise control een prettige hulp: de auto houdt zelf de snelheid vast, dus jij hoeft niks te doen. Bergaf is dat precies het probleem. Cruise control kent geen motorrem, het systeem houdt je snelheid alleen gelijk door bij te remmen zodra je sneller gaat dan ingesteld. Op een afdaling betekent dat: continu, slepend bijremmen. Precies het scenario waarin je remmen oververhit raken. Zet cruise control, ook adaptieve cruise control, daarom altijd uit zodra je een bergpas afdaalt en bedien gas en rem gewoon zelf.

En bij een elektrische auto?

Bij een elektrische auto is regeneratief remmen bergaf je beste vriend. Haal je je voet van het gaspedaal, dan fungeert de elektromotor als dynamo: hij remt af én zet die bewegingsenergie om in stroom voor je accu. Zet je auto voor een afdaling in de sterkste regeneratiestand (vaak instelbaar als ‘B’ of via een paddle), dan ontzie je je gewone remmen bijna volledig. Onderaan de berg heb je dan zelfs een vollere accu dan waarmee je bovenaan begon.

Maar hier zit een addertje onder het gras: is je accu vóór de afdaling al (bijna) helemaal vol, dan kan hij geen stroom meer opnemen. Geen ruimte, geen regeneratie, de auto schakelt dan automatisch over op de gewone, mechanische remmen. Daarmee heb je opeens precies hetzelfde probleem als in een brandstofauto. Sta je aan het begin van een lange afdaling, zorg dan dat je accu niet volledig vol is en laat er bewust wat ruimte in zitten, zodat regeneratief remmen kan blijven werken. Datzelfde geldt voor plug-in hybrides: die hebben vaak een nog kleinere accu en zitten dus nog sneller ‘vol’.

De tips van een expert: Tim Swanborn

Instructeur verhoogde rijvaardigheid, Tim Swanborn, deelde recent een aantal waardevolle inzichten over veilig afdalen, die de theorie hierboven mooi samenvatten:

“Kort en krachtig remmen is altijd beter dan ‘poetsen’. Kunnen terugschakelen met stand- of opvanggas is eigenlijk ook een vereiste. Bergaf rem je eigenlijk twee keer: één keer voor de snelheid en een keer voor de daling. Geduld is een schone zaak, te snel besluiten dat het rechte stuk naar beneden harder kan, kan je (te) veel remwarmte opleveren voor de bocht. Rem ook vóór de bocht, niet in de bocht, en zorg dat je in een lage versnelling staat die het afremmen overneemt.

Bij een EV (of hybride): schakel in de B-stand. Regenereren is inderdaad de oplossing, tot die vol of warm is. Dan geldt: hard en kort remmen, en veel op de motor of regeneratief remmen. En daarnaast: houd afstand en wees niet afhankelijk van het remgedrag van een ander.”

Kort samengevat

Ga je een bergpas over, onthoud dan dit rijtje: schakel vóór de afdaling terug naar een lage versnelling, ongeacht of je handgeschakeld of automaat rijdt. Zet cruise control uit, ook als je elektrisch rijdt: het systeem kan geen bochten anticiperen en schakelt bovendien onopgemerkt over op de gewone remmen zodra je accu vol raakt, precies het risico dat je juist wilt vermijden. Rem kort en krachtig in plaats van slepend, en altijd vóór de bocht, nooit erin.

Houd afstand tot de auto voor je, zodat je niet afhankelijk bent van zijn remgedrag. En rijd je elektrisch, zorg dan dat je accu bij het begin van een lange afdaling niet helemaal vol zit, zodat regeneratief remmen zijn werk kan doen.

Meer van FemmeFrontaal

We gebruiken cookies om de site te laten werken, het gebruik te analyseren en advertenties relevanter te maken. Accepteren Lees verder

Privacy & Cookies Policy