Renault Clio E-Tech 160 (2026): Nog steeds een hartendief

Renault Clio 2025

FemmeFrontaal Awesomeness

7.5 Looks
7.5 Comfort
7 Drive
7.5 Value for money
7.4

Renault gooit er bij de zesde generatie Clio deze woorden tegenaan: love redesigned. En eerlijk is eerlijk: als er één auto is die zijn plek in het collectieve geheugen van Nederland heeft verankerd, dan is het wel de Clio.

Van de compacte Clio I uit 1990, de eerste “kleine auto met de kwaliteiten van een grote”, via de veiligere II, de gezinsvriendelijke en bekroonde III, de verleidelijke IV en de comfortabele V… staan we nu bij nummer VI. En die doet het anders. Moderner, gespierder, technischer. Geen evolutie, maar een flinke ruk aan het stuur.

In 35 jaar tijd wist de Clio de harten van ruim 17 miljoen mensen te veroveren. Nu begint het tijdperk van generatie zes. Maar de vraag is natuurlijk: slaat de vonk nog steeds over?

Looks

Je zou verwachten dat Renault, met zo’n publiekslieveling als de Clio, het design keurig binnen de lijntjes zou houden. Want waarom zou je afwijken van wat al werkt? Maar deze zesde generatie laat zien dat Renault een risico durfde te nemen op het gebied van looks voor deze Clio. Ze hebben echt een stap gezet: breder, gespierder én uitgesprokener. Een Clio die niet langer het brave kindje van het B-segment wil zijn, maar gewoon gezien wil worden.

Onderweg reden we even naast een Mazda 2 in bijna dezelfde kleur (soul red), en eerlijk: het riep meteen vergelijkingen op. De vraag is alleen: moet je een Fransman op een Japanner laten lijken? Of spreekt dat juist een groter publiek aan? Feit blijft: het is een opvallende keuze.

De grille zelf is druk. Niet lelijk, maar er gebeurt wel veel. Gelukkig is het lichtdesign precies wat nodig is om de balans terug te brengen. De nieuwe diamantvormige dagrijverlichting geeft de Clio zijn eigen signatuur.

De groeispurt van zeven centimeter zie je overal terug. Hij staat volwassener op zijn wielen, de achterzijde is breder en gespierder, en met de 18-inch wielen van de Alpine-uitvoering is het eindelijk geen “lief B-segmentautootje” meer, maar een “hatch met presence”.

Binnenin trekt die lijn mooi door. Het dashboard oogt moderner, strakker en vooral verzorgder. Het zogenaamde “juweel”-accent geeft precies genoeg karakter. De grote schermen (tot 10,1” + 10,25”), de 48 kleuren sfeerverlichting, de Alcantara-afwerking in de Esprit Alpine… het voelt echt af.

Wij reden ’m in Rouge Absolu, een kleur die hem heel goed staat, maar stiekem is Vert Absolu (bosgroen) de tint die alles laat kloppen. Die kleur maakt ’m écht bijzonder. Renault levert de Clio in zeven kleuren in totaal, waaronder ook klassiekers als zwart en wit, een frisse blauwe tint en twee metallic grijstinten. Maar eerlijk: die twee Absolu-kleuren zijn de blikvangers van de hele line-up.

Comfort

Voorin zit je meteen goed. De stoelen in de Esprit Alpine zijn stevig genoeg om je netjes op je plek te houden, maar comfortabel genoeg om geen seconde te klagen, zelfs niet na langere ritten. De zithouding voelt natuurlijker dan in de vorige Clio en doordat het dashboard lager en strakker is geworden krijg je eindelijk dat open, lichte gevoel dat eerder een beetje ontbrak. De middenconsole is overzichtelijk en in de Techno en Esprit Alpine ligt de inductielader precies op de plek waar je hand hem automatisch zoekt.

Achterin merk je dat de Clio wel wat centimeters heeft gewonnen, maar dat hij toch hardnekkig B-segment blijft. De wielbasis van 2591 millimeter helpt, maar lange benen passen alleen als de persoon voorin bereid is om zijn eigen knieën op te offeren. Het kan allemaal, maar niemand hoeft te doen alsof het echt riant is.

Lees ook:  Van klein naar groot: de nieuwe Smart #5 verlegt grenzen

De kofferbak laat hetzelfde contrast zien. De hybride heeft simpelweg minder ruimte door de batterij, terwijl de benzineversie met 391 liter juist opvallend royaal is voor deze klasse. In alle gevallen kun je er prima je weekendspullen, boodschappen en zo’n impulsieve aankoop kwijt die je eigenlijk niet ging doen maar tóch in het karretje lag.

Dan het stuur. In de Esprit Alpine is dat een soort rond mini-cockpit waar echt van alles op zit, inclusief de volumeknop, waardoor je soms net een seconde langer moet nadenken voordat je de juiste toets te pakken hebt. Het werkt allemaal prima, maar het voelt soms wel alsof Renault dacht: laat het stuur het centrum van het universum zijn. Uiteindelijk wen je eraan, maar ik vond het niet heel praktisch.

Daarnaast zit de versnellingspook ook aan de stuurkolom. Die reageert nogal gevoelig op het precieze moment waarop jij remt of bijstuurt. Maak je even snel een draai op de weg, rem je nét iets anders dan het systeem verwacht of ben je een fractie te vroeg of te laat met je hand, dan kun je zomaar nog in Reverse staan terwijl jij denkt dat je al keurig in Drive zit.

Toch voelt het interieur als geheel verrassend volwassen. De materialen zijn netter, de ergonomie klopt beter en alles oogt gewoon rustiger en logischer dan voorheen. Als je eenmaal zit merk je vooral hoe fijn het is dat Renault hier echt een stap vooruit heeft gezet.

Drive

Hoewel de Clio qua uiterlijk een flinke frisse wind heeft gekregen, blijft Renault onderhuids opvallend voorzichtig. Geen nieuwe technische sprongen, maar vertrouwde hybride-techniek die vooral moet doen wat het altijd al deed: zuinig zijn, stil zijn en je zonder gedoe overal brengen.

Onder de motorkap ligt de 1.8-liter viercilinder hybride met 160 pk. Op papier klinkt dat als een flinke upgrade voor een B-segment hatchback en in de praktijk voelt het vooral soepel en verfijnd. De Clio doet niet alsof hij een sportmonster is, maar hij beweegt lichtvoetig genoeg om meteen te laten merken dat hij meer in huis heeft dan zijn imago van ‘gezellige stadsauto’ doet vermoeden. De sprint naar 100 km/u in 8,3 seconden bevestigt dat. Geen adrenaline, maar absoluut vlot genoeg voor alles wat je ermee doet.

Wat je wel meteen merkt, is dat je met een hybride rijdt die heel veel regelt op de achtergrond, soms misschien zelfs een tikje te veel. De Clio schakelt voortdurend tussen elektrisch, hybride, laden en terugwinnen en hoewel dat technisch heel knap is, voelt het in de praktijk regelmatig alsof hij niet helemaal zeker weet welke modus hij nu precies wil kiezen. Zelfs op vlakke wegen kan dat wat onrustig aanvoelen, omdat hij net te vaak wisselt en daardoor een klein schokje of een twijfel-momentje laat voelen. In Eco wordt dat nog nadrukkelijker. Dan lijkt hij zo gefocust op zuinig rijden dat het comfort daar een beetje onder lijdt.

Lees ook:  Waarom de Ford Bronco een liefhebbersauto blijft

Zet je hem in Comfort of Sport, dan komt de auto veel beter tot zijn recht. De aandrijflijn wordt vloeiender, de reacties voorspelbaarder en het geheel voelt alsof de auto ineens begrijpt dat jij ook vooruit wil in plaats van alleen maar te besparen. Via het Multi-Sense systeem kun je zelf kiezen tussen Eco, Comfort en Sport, maar er zit ook een Smart-modus op. Die analyseert het rijgedrag en past automatisch de rijstand aan op wat op dat moment het beste lijkt.

De wegligging met de 18-inch Alpine-wielen is precies zoals je het wilt. Strak genoeg om vertrouwen te geven in bochten, maar niet zo hard dat elk randje in het asfalt zich meldt. Hij stuurt licht en voorspelbaar en gedraagt zich in snelle wissels verrassend volwassen. Je voelt echt dat de auto gegroeid is, niet alleen fysiek maar ook qua dynamiek.

De efficiëntie blijft indrukwekkend. De officiële actieradius komt dankzij het lage verbruik in de buurt van de duizend kilometer, al hangt dat natuurlijk volledig af van je eigen rechtervoet. In de stad kan hij tot tachtig procent van de tijd elektrisch rijden en dat merk je aan alles. De rust, de stilte, het gemak waarmee hij wegrolt… het voelt bijna alsof je in twee verschillende auto’s rijdt afhankelijk van waar je bent.

En dan nog iets voor de volledigheid: er komt óók een LPG-variant, maar die is niet voor Nederland bedoeld. In andere Europese landen is dat populair, maar hier ligt de focus duidelijk op hybride. En eerlijk, voor de Nederlandse rijder is dat gewoon de meest logische keuze.

Value for money

Renault houdt de prijzen opvallend netjes. De Clio Hybrid 160 start bij € 28.990 voor de Evolution, loopt via € 30.990 voor de Techno naar € 32.990 voor de Esprit Alpine. Voor een hybride met moderne assistentiesystemen, Google-infotainment en een uitrusting die bij veel concurrenten extra kost, is dat gewoon scherp. Zeker als je kijkt naar het B-segment waar de Peugeot 208, Toyota Yaris en Volkswagen Polo rondlopen. Die komen óf duurder uit, óf minder zuinig, óf minder ruim.

Want waar de Clio in uitblinkt, is simpel: zuinigheid, bereik, veelzijdigheid en herkenbaarheid. Je hoeft niet te plannen, niet te rekenen, niet te hopen dat er een laadpaal beschikbaar is. De Clio rijdt, kiest zelf hoe hij dat het efficiëntst doet en blijft in het dagelijks leven gewoon een logische keuze.

Comments

comments

Written By
More from Maybritt Bos
IJskoud de beste: Met de Toyota RAV4 dwars door Noorwegen
Sinds 2012 reis ik elke februari naar het Hoge Noorden om mijn...
Read More
Leave a comment

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *